Eerder werd in dit magazine melding gemaakt van een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam waarin werd geoordeeld dat het verhuren van kantoorruimte aan een onderwijsinstelling in het WTC in Rotterdam voor een eveneens in het WTC gevestigd advocatenkantoor is aan te merken als gebrek. Het advocatenkantoor stelde zich op het standpunt dat de aanwezigheid van scholieren in het WTC afbreuk zou doen aan de uitstraling en het doel (kantoorruimte) van het WTC en was daarom gerechtigd om huurprijsvermindering te vorderen.

Eind 2017 heeft de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam een soortgelijke zaak behandeld met betrekking tot het kantorencomplex Heempark I aan de Amsterdamseweg 204 in Amstelveen. Op de tweede verdieping van het kantorencomplex werd vanaf medio 2015 ca. 1.245 m2 kantoorruimte inclusief een aandeel in de algemene ruimte en het restaurant verhuurd aan een facilitair dienstverlener. In de huuraanbieding die destijds werd gedaan aan de betreffende huurder, werd het kantorencomplex aangeprezen als “een zeer representatief vrijstaand kantoorgebouw op loopafstand van het oude dorp Amstelveen”. In de zomer van 2016 heeft de verhuurder voorgesteld om de huurovereenkomst tussentijds te ontbinden zodat zij de mogelijkheid zou hebben om het gehele kantorencomplex te verhuren aan een internationale school. De huurder heeft aangegeven hieraan mee te willen werken mits sprake zou zijn van een reële compensatie. De gesprekken die verhuurder en huurder hierover hebben gevoerd zijn echter op niets uitgelopen.

Medio 2017 heeft de verhuurder de resterende meters in het kantorencomplex verhuurd aan de internationale school. Dit werd door de verhuurder niet gecommuniceerd aan de zittende huurder; deze heeft op enig moment gemerkt dat er “mensen van allerlei nationaliteiten” in het kantorencomplex rondliepen. Naar aanleiding hiervan heeft de zittende huurder een kort geding aanhangig gemaakt waarin een verbod werd gevorderd voor de verhuurder om het kantorencomplex te verhuren of anderszins in gebruik te geven aan de internationale school. De huurder heeft hierbij aangevoerd dat “het vestigen van een school in een hoogwaardig, monumentaal kantoorgebouw kwalificeert als een gebrek”.

De Voorzieningenrechter is hierin meegegaan en overwoog daarbij dat als ruimte wordt gehuurd in een monumentaal kantoorgebouw als het Heempark, dat door de verhuurder wordt aangeprezen als “zeer representatief”, huurder niet hoeft te verwachten dat in dat gebouw, op alle niveaus en in de door haar mede gehuurde ruimtes als het restaurant, een flink aantal scholieren rondlopen. Daarbij werd door de Voorzieningenrechter mede van belang geacht dat de twee stromen, de bezoekers en werknemers van de huurder en de scholieren, niet goed waren te scheiden.

Door de Voorzieningenrechter werd het de verhuurder verboden om het kantorencomplex in gebruik te geven aan de internationale school of aan een andere onderwijsinstelling op straffe van een dwangsom.

Mark van Langeveld
mvanlangeveld@bilt.nl